voor nog meer lessen: Lesidee.nl
help bij deze pagina

Spelletjes spelkring

Groep: groep1,groep2,groep3,groep4
Vakgebied: algemeen
Thema: spelletjes
Omschrijving: Heel veel verschillende spelletjes die je klasikaal kunt doen!
Zoekwoorden: spel spelletje kring dansen drama raden lachen spelletjes

Rosa koopt rozen in Roosendaal

De groep wordt in tweeën gedeeld. Iedereen
krijgt een nummer: 1-1, 2-2, 3-3, enz. 
Kringleider zegt een nummer, die kinderen staan
op. Kringleider noemt een letter, bijv. R. Dan
moeten de kinderen een zin bedenken met:
-
een naam
-
wat kopen ze
-
waar kopen ze dat
Bijv. Rosa koopt rozen in Roosendaal
Moordenaartje

Kinderen doen ogen dicht. Kringleider loopt rond:
1 tik = moordenaar, 2 tikken = detective. Die
kinderen moeten dat onthouden. Moordenaar
knipoogt en de detective probeert te ontdekken
wie de moordenaar is. Als hij / zij het weet dan
moet hij / zij dat zeggen. Ben je ‘dood’ dan ga je
zitten.

Kan ook met twee moordenaars en detectives.
Inspringspel met geluid

3 kinderen beginnen in het midden in de kring. Ze
beginnen een toneelstukje. Na ongeveer 1/2 
minuten dan mogen er kinderen inspringen.
Maximaal 5 kinderen in de kring. 

Let op dat kinderen niet te lang in de kring
blijven. Regel: als je wil inspringen en er zijn er 5,
dan tik je een kind op de rug en ga je in zijn /
haar plaats. Diegene moet er dan uit.
Iemand aan het lachen maken

Er worden twee kinderen uitgekozen door de
kringleider. Die proberen de andere kinderen aan
het lachen te maken zonder geluid! Ga je lachen,
dan ga je op je stoel zitten en ben je af.
Het spel met de bal

Er wordt muziek gedraaid. Iemand start de
muziek en stopt hem af en toe. Als de muziek
speelt, dan wordt de bal voorzichtig overgegooid.
Stopt de muziek en iemand heeft hem in de
handen, dan is hij/zij af. Is de bal in de lucht op
het moment dat de muziek stopt, dan is degene
die de bal het laatst vast had af. Ben je af, dan ga
je op je stoel zitten. 

Galgje

Er wordt een woord in gedachten genomen. Dat
woord wordt in de vorm van streepjes op het bord
gezet. Bijv: huiswerk: _ _ _ _ _ _ _ _  De
kinderen proberen het woord te raden. Ze gaan
allemaal letters opnoemen. Zit er een letter in,
schrijf je die letter op de goede plaats. Zit de
letter er niet in, maak je een stukje van de galg.
Hangt het mannetje, dan is de klas af. Ze moeten
het dus raden voordat het mannetje hangt.
Levende kamers

Er zijn twee kinderen, die kinderen uitkiezen en
van hen meubels maken. Als alle meubels zijn
gemaakt, dan kan er een kort toneeltje worden
gespeeld.





Inspringspel zonder geluid

3 kinderen beginnen in het midden in de kring. Ze
beginnen een toneelstukje. Na ongeveer 1/2 
minuten dan mogen er kinderen inspringen.
Maximaal 5 kinderen in de kring. 

Let op dat kinderen niet te lang in de kring
blijven. Regel: als je wil inspringen en er zijn er 5,
dan tik je een kind op de rug en ga je in zijn /
haar plaats. Diegene moet er dan uit.
Moordenaartje met door elkaar lopen

3 kinderen beginnen in het midden in de kring. Ze
beginnen een toneelstukje. Na ongeveer 1/2 
minuten dan mogen er kinderen inspringen.
Maximaal 5 kinderen in de kring. 

Let op dat kinderen niet te lang in de kring
blijven. Regel: als je wil inspringen en er zijn er 5,
dan tik je een kind op de rug en ga je in zijn /
haar plaats. Diegene moet er dan uit.
Estafette met een krijtje

Er worden twee groepen gemaakt. Elke groep
gaat in een rij voor het bord staan. Er staat een
woord op het bord, bijv. poes. Dan moeten de
kinderen die aan de beurt zijn, een dier verzinnen
met een S (poeS). Bijv. Slang. De volgende moet
dan weer een dier verzinnen met een G. Zo gaat
het door. Welke groep het eerste klaar is en op
zijn stoel zit, heeft gewonnen.
Het kan ook met eten, dingen, plaatsen, enz.




Inspringspel

3 kinderen beginnen in het midden in de kring. Ze
beginnen een toneelstukje. Na ongeveer 1/2 
minuten dan mogen er kinderen inspringen.
Maximaal 5 kinderen in de kring.  Als een kind wil
inspringen, dan klapt hij /zij in de handen en dan
moet het toneelstukje bevriezen (=stilstaan). Hij
tikt iemand op de schouder en wisselt met die
persoon. Het toneelstukje moet nu over iets heel
anders gaan. Je mag er niet te lang in blijven.
Wat is er anders?

Eén kind gaat de klas uit. De andere kinderen
verzinnen iets dat er in de klas of in de kring moet
veranderen. Bijv. twee kinderen wisselen van
plaats. Dan komt het kind weer terug en probeert
te raden wat er anders is.
Ik weet zeker dat…

Er staat een kind in het midden. Die gaat iets
verzinnen dat hij zeker weet. Bijv. Ik weet zeker
dat niemand rode sokken aan heeft. Als niemand
rode sokken aanheeft, dan mag hij doorvragen.
Maar heeft iemand wel rode sokken aan, dan mag
die in de kring zitten en is de ander af. 



Chinees voetbal

Er wordt een onzichtbare bal overgegooid naar
een kind. Je moet wel de naam zeggen. Die moet
de bal vangen, maar de kinderen die naast hem
zitten dien zijn dan de doelpalen en moeten hun
hand omhoog steken. Gaat dit niet goed, dan ben
je af en moet je op de grond gaan zitten. Je moet
dan wel opletten of jij niet degen bent die nu als
doelpaal speelt!!!
Juffrouw Ippel

Ieder kind krijgt een blaadje met een cijfer. Ze
moeten onthouden welk cijfer ze hebben. Dit
blaadje houden ze voor zich zodat iedereen het
kan zien. Dit wordt op het bord geschreven:
Ik ben juffrouw Ippel nummer …
Ik heb … stippels.
Hoeveel stippels heeft juffrouw Ippel nummer …?
De kinderen moeten dan elke keer hun nummer
noemen en bellen op naar iemand met een ander 
nummer. Gaat het niet goed, krijgen ze een stip
met crème. Dan verandert de 2
e
zin ook!!!! Bijv.
Ik ben juffrouw Ippel nummer 3
Ik heb 1 stippel.
Hoeveel stippels heeft juffrouw Ippel nummer 6?

Ik ben juffrouw Ippel nummer 6
Ik heb 4 stippels.
Hoeveel stippels heeft juffrouw Ippel nummer 8?

Enz.
Verhaal breien

De kringleider begint een verhaal met één zin.
Bijv. Toen ik vanochtend wakker werd, leek alles
opeens zo anders…
Degene ernaast vertelt dan verder met één zin.
Zo vertelt elk kind één zin, waardoor er een heel 
verhaal komt.



Doorgeven

4 kinderen gaan de klas uit. Er wordt in de klas
afgesproken dat 1 kind iets gaat uitbeelden, maar
heel kort. Bijv. het wassen van een olifant. Dan
komt één kind terug in de klas. Het kind beeld het
uit en het kind dat terug is in de klas doet dat na.
Hij moet het weer uitbeelden aan het volgende
kind. Als alle 4 de kinderen hebben uitgebeeld,
mogen ze raden wat er uitgebeeld moest worden.
Deurbel spel

Eén kind krijgt een opdracht (alleen dit kind weet
het). Bijv. een taart afleveren bij een ander kind.
Hij gaat voor het kind staan en belt aan. Dat kind
doet de deur open. Dan ontstaat er een gesprekje
tussen deze twee. Gaat de deur weer dicht, dan
gaat het kind waarbij is aangebeld aanbellen bij
een ander kind en dan krijg je weer een opdracht.
De kinderen mogen het eventueel ook zelf
bedenken, als de anderen het maar niet weten.
Doorfluistertje

De kringleider begint met een zin. Die fluistert hij
/ zij door aan zijn / haar buur. Die fluistert de zin
ook weer door. Als iedereen heeft doorgefluisterd,
dan moet de laatste de zin proberen hardop te
zeggen. 




De doos van Pandora

Tijdens het spelen van muziek wordt er een doos
doorgegeven. Stopt de muziek, dan mag diegene
die de doos vast heeft, doen alsof hij er iets
uithaalt. Door middel van een toneelstukje zonder
geluid laat hij zien wat er uit de doos is gehaald.
Wanneer het geraden is, gaat de muziek aan en
wordt de doos weer doorgegeven.


Wie is het?

Eén kind gaat de klas uit. De andere kinderen
overleggen wie er ‘gezocht moet worden’. Alle
kinderen gaan nu door elkaar staan. De zoeker
komt de klas binnen en begint rond te lopen. De
kinderen maken een hard geluid wanneer de
zoeker in de buurt is van het kind dat gezocht
moet worden. En zacht wanneer het kind ver weg
is. Is het kind gevonden, dan mag die de klas uit,
enz.
Dierenorkest

Elk kind kiest een dier uit wat hij / zij wil zijn.
Denk daarbij aan de geluiden die de dieren
maken. De kringleider is de dirigent. Van tevoren
bespreekt de dirigent hoe hij aangeeft hoe de
dieren harder/zachter/sneller/langzamer moeten
zingen. 
Dan kan er worden begonnen. Na een poosje mag
een ander kind dirigent zijn en mogen de andere
kinderen nieuwe dieren kiezen.
Het verboden woord

De kinderen gaan samen een verhaal vertellen
over iets, bijv. over de zee en dan mogen ze het
woord ‘water’ niet noemen. 
Als je de bal in de handen hebt, mag je vertellen.
Ben je klaar of heb je het verboden woord
gezegd, dan moet je de bal doorrollen naar
iemand anders en moet je op je stoel gaan zitten.



Help bij deze pagina

Dit is het overzicht van de door jou gekozen les. Je vindt hier achtereenvolgens:

leseigenschappen
een html-versie van de les om snel doorheen te kunnen bladeren
het is belangrijk om lessen ook te beoordelen
mogelijkheid om de Word-versie te downloaden
door anderen al gemaakte opmerkingen bij deze les
Les
Bestand:      Spelletjes spelkring.doc
Datum:      26-08-2004
Sender:      Lesidee
Titel:      Spelletjes spelkring
Groep:      1,2,3,4    [ groep : vragen & opmerkingen ]
Vakgebied:      algemeen    [ vakgebied: vragen & opmerkingen ]
Thema:      spelletjes    [ thema: vragen & opmerkingen ]
Omschrijving:      Heel veel verschillende spelletjes die je klasikaal kunt doen!
Beoordeling:      Het gemiddelde cijfer is 7.2 (37 beoordelingen)
Preview
Deze les beoordelen
Downloaden (Word document)
Spelletjes spelkring.doc
Al eerder gemaakte opmerkingen
gebruikersnaamcijferopmerking
debs876Leuke ideeŽn, maar enkel voor 5-jarigen
knofje.ik6Ik vind het leuke ideeeen. Maar ik vind het ook best moeilijk voor kleuters.
wiste8Heel goed bruikbaar!
xsoix8deze speletjes vind ik echt heel erg leuk!
Laura198510Echt een super goede lessen!
Mupput8Leuk! en dit is voor 1-2 niet moeilijk hoor.. dan pas je het toch evt. aan...
Petra1316Veel standaard spelletjes
Priscilla B5Leuke ideeŽn, maar vor groep 1,2 wel wat moielijk. Denk ik!
Regien8leuke spelletjes, korte spelletjes zo kun je ze even voordat je naar huis gaat spelen.
amties7Erg leuke kleine lesjes voor tussendoor. Voor als je nog wat minuten moet vullen


Kleurplaten bij thema: spelletjes